Principiële overeenkomst met KTA en Sint-Lodewijkscollege voor naschools gebruik van hun schoolsporthallen Afdrukken
donderdag 15 juli 2010 12:00

De stad hecht groot belang aan het sportieve verenigingsleven. Bijna 300 Brugse erkende sport- en ontspanningsverenigingen werken dag in dag uit om hun sportaanbod aan te bieden aan de Bruggeling.

Een sportieve stad straalt dynamisme, enthousiasme en engagement uit. De stad engageert zich dan ook om de sportaccommodatie aan te bieden tegen eerlijke prijzen. Dit zijn niet louter woorden, maar dit engagement werd vastgelegd in de beleidsnota 2007-2012 – ik citeer :

 

De accommodatie voor wedstrijden en trainingen wordt tegen redelijke prijzen aangeboden aan Brugse sportverenigingen, met zo weinig mogelijk administratieve of organisatorische rompslomp. 

 

Naar aanleiding van de opmaak van het eerste sportbeleidsplan 2008-2013 stelde de sportdienst vast dat Brugge, naast de stedelijke sportinfrastructuur, ook heel wat niet stedelijke sportinfrastructuur heeft, zoals bijvoorbeeld de sporthallen van de scholen. Deze sporthallen worden intensief gebruikt tijdens de schooluren en vele scholen doen hun best om ook het naschools verhuur voor hun rekening te nemen, hoewel dit duidelijk niet tot hun kerntaak behoort. 

In het sportbeleidsplan werd voorop gesteld dat we de Brugse sportinfrastructuur optimaliseren, door onder meer de bestaande schoolsporthallen beter te integreren in het stedelijke sportinfrastructuurbeleid. Dat heet in het plan :  Tegen 2010 onderzoekt de sportdienst, in samenwerking met de Brugse scholen, hoe de sportinstractuur beter kan geïntegreerd worden in het stedelijke sportinfrastructuurbeleid. 

Op 12 maart was er een eerste overleg met de heer de heer Toch, Coördinerend directeur Brugge Oostkust en directeur van het KTA Rijselstraat en de heer Seynaeve, coördinerend directeur van scholengroep Sint-Donaas en directeur van het Sint-Lodewijkscollege.Op dit overleg kaartten zij het tekort aan sportinfrastructuur aan, zeker in Sint-Michiels. Hierdoor zijn sportverenigingen vragende partij om gebruik te maken van schoolsportinfrastructuur, die beschikbaar is na de schooluren.Beide scholen deden hun best om deze infrastructuur, zo goed als mogelijk, ter beschikking te stellen van de lokale clubs om aan de behoefte te voldoen. 

De naschoolse verhuur werd voor de scholen echter steeds moeilijker houdbaar gezien de reële kostprijs (toezicht, verwarming, elektriciteit, onderhoud, ...) snel stijgt. Scholen zijn dus ofwel genoodzaakt om de stijgende kosten door te rekenen naar de clubs of ze kunnen hun infrastructuur niet meer verhuren aan sportverenigingen. 

De stad wil vermijden dat clubs in de kou komen te staan en heeft dan ook principieel beslist om de naschoolse verhuur van de sporthal van het KTA en de sporthal van het St-Lodewijkscollege op zich te nemen. Dat betekent dat Brugse sportverenigingen er aan goedkope stedelijke tarieven zullen kunnen sporten.  In het bijzonder wordt belang gehecht aan goedkope tarieven voor de jeugd. Zo kost het slechts 10,60 euro om twee uur een zaalgedeelte te huren. Hiermee wil de stad de jeugdwerking een stevig duwtje in de rug geven. 

De stad investeert ook in toezicht tijdens dit naschools gebruik, zo kan een betere service gegeven worden, zowel naar de gebruikers als naar de scholen. De kostprijs wordt gedeeld door de stad en het OCMW. Dankzij de  medewerking van het OCMW, die twee voltijdse toezichters ter beschikking zal stellen, kan de kostprijs voor het toezicht gedrukt worden. Op die manier bedraagt de kostprijs voor het toezicht voor de stad nog 51180 euro op jaarbasis. Om de zalen ter beschikking te stellen, betaalt de stad een jaarlijkse vergoeding van 40 714 euro/ jaar aan het KTA en 39 285 euro/ jaar aan het Sint-Lodewijkscollege. In dit bedrag zitten ook de energie- en waterkosten. De kostprijs voor de stad zou dus 131.180 euro per jaar bedragen. Maar als we daar de 60.000 euro inkomsten van af trekken, komen we uit op een totale kost van 71 180 euro per jaar.  

Met deze investering krijgen de Brugse sportverenigingen én de stad heel wat in return. Ik ben heel dankbaar dat de scholen – zich ongetwijfeld bewust van het belang van een gezonde geest in een gezond lichaam – enthousiast hun medewerking verlenen.