|
Ik had het genoegen aan de pers een dossier voor te stellen dat in meerdere opzichten een “mooi” dossier mag genoemd worden. Mooi omdat het een belangrijke esthetische waarde heeft, mooi omdat het aan die esthetiek functionaliteit koppelt in lijn met onze beleidsopties.
Het gaat om een ingreep op één van onze belangrijkste pleinen, ’t Zand, en het gaat om een project dat kadert binnen ons mobiliteitsbeleid. De oostzijde van ’t Zand met de 4 toegangspaviljoenen naar de ondergrondse parking, zoals die er in zijn huidige vorm uitziet, bestaat al van 1982. Deze toegangspaviljoenen zijn aan vernieuwing toe. Ook de accomodatie voor de toegang tot de ondergrondse parking van het hoofdgebouw (liften, roltrappen en betaalterminals), is niet meer aangepast aan het stijgend gebruik van de parking, het gebruikerscomfort en een snelle verwerking van alle transacties. Anderzijds staat in de beleidsnota van de stad dat de fiets gepromoot wordt als duurzaam alternatief voor de auto en dat terzake over het hele grondgebied bijkomende voorzieningen komen. In dit verband wordt al geruime tijd gezocht naar een geschikte locatie voor een boven- of ondergrondse, beveiligde fietsenparking. De vernieuwing van de paviljoenen op't Zand moet dan ook gekoppeld worden aan het voorzien in toegangsaccomodatie en infrastructuur voor een beveiligde fietsenparking.Bovendien moeten we van de gelegenheid gebruik maken om de sinds vorig jaar door Interparking uitgebate fietsenverhuur en -parking kant Concertgebouw te optimaliseren. Dat kan door de steile trap met fietsgoot te vervangen door een platformlift. 
Het is met deze verschillende punten op mijn verlanglijstje (mooiere en meer functionele toegangspaviljoenen tot de parking, betere fietsstallingsfaciliteiten) dat ik Interparking en architect Paul Robbrecht rond de tafel riep. Natuurlijk kent u Paul Robbrecht als de architect van het Concertgebouw, ook op ’t Zand, dus het leek mij een niet te missen kans om hem zijn creatief licht over dit dossier te laten schijnen. Ik ging er daarbij van uit dat hij in zijn ontwerp de link zou leggen met het Concertgebouw en pleitte ook voor transparante, niet logge constructies.Met de drie partijen samen kwamen wij tot een princiepsvoorstel waarvan het architecturaal ontwerp, na overleg en verwerking van de geformuleerde suggesties, ook al de zegen kreeg van de Raadgevende Commissie Stedenschoon. Ik licht de grote lijnen van het dossier toe.Wat verdwijnt zijn de vier bestaande paviljoenen. Ook de liften, roltrappen en betaalterminals moeten vernieuwd worden.Omdat vier paviljoenen zwaar ogen, was ik voorstander van slechts drie paviljoenen in het nieuwe ontwerp. Na overleg met de brandweer bleek dat dat haalbaar was.
Terugkomend op de nood aan veilige, overdekte fietsstallingsvoorzieningen, geef ik mee dat in de pagode G aan de zijde van de Noordzandstraat, in toegangsaccomodatie wordt voorzien voor een afgesloten ondergrondse fietsenparking. Die is toegankelijk via een afzonderlijke platformlift. Deze stalling zal in een eerste fase ruimte bieden aan 164 fietsen/scooters/bakfietsen/fietskarren op niveau -1. Deze fietsparking kan ook, indien nodig, uitgebreid worden per niveau; de nodige voorzieningen voor die uitbreidingworden getroffen. Een bijkomende voetgangersuitgang naar de Smedenstraat biedt extra-mogelijkheden voor het cliënteel en voor de handelaars daar.Zoals gezegd wordt tegelijkertijd voorzien in een fietslift naar de bestaande fietsenstalling onder het Concertgebouw zodat het stallen van fietsen op ’t Zand ook op die plaats in comfortabele omstandigheden kan gebeuren. Het spreekt vanzelf dat aan dit dossier kosten zijn verbonden.Voor wat betreft de vernieuwing van de paviljoenen B en E en afbraak paviljoen F zou Interparking als bouwheer optreden op basis van de investeringsbepalingen van de huidige concessie. Voor wat betreft paviljoen G en de ondergrondse fietsenstalling + montagelift trap Concertgebouw dient de Stad Brugge als bouwheer op te treden. De Stad kan daarvoor, beperkt tot de vernieuwing van het paviljoen met de fietsenparkeerplaats, een beroep doen op Europese (EFRO)-steun ten belope van 40% van de gemaakte kosten.Dit project kan namelijk ingediend worden in een Doelstelling 2-project: stedelijke ontwikkeling – ondersteunen van geïntegreerde stedelijke ontwikkelingsprojecten, waarbij accenten gelegd worden op economie en mobiliteit. Tegelijkertijd zullen we bij de Vlaamse overheid een aanvullende investeringssteun van nog eens 40 procent aanvragen. Het stadsaandeel zou dus 1.455.491,96 euro bedragen, voor 80% betoelaagd. De investering door Interparking voor de realisatie van de twee nieuwe paviljoenen en de afbraak van 1 paviljoen bedraagt 2.191.232,55 euro. De kosten voor die paviljoenen worden geprefinancierd door Interparking met verrekening op het jaarlijks aandeel van de stad in de opbrengst van de parkeeruitbating. Tot slot nog iets over de EFRO-steun : het maximaal bedrag dat ter beschikking kan worden gesteld, is 1,4 mio euro. Om die mogelijke EFRO-steun voor een stedelijk ontwikkelingsproject maximaal te benutten, zullen we ook het project rond de aanleg van de nieuwe fiets- en voetgangersinfrastructuur rond de Smedenpoort in de aanvraag voor Europese steun betrekken (raming 1 mio euro, voor 40% betoelaagd). Daarnaast dienen we ook een aanvraag in voor de aanleg van de pleininfrastructuur van het nieuwe stationsplein kant Sint-Michiels in het kader van de volledige heraanleg van deze stationsomgeving (raming:1 mio euro, voor 40% betoelaagd). Daar voorzien we immers de aanleg van een heus fiets- en voetgangersplein.Het project aan de Smedenpoort, de fietsenstallingen in de parking ’t Zand en de project stationsplein kan Sint-Michiels kunnen samen ingediend worden als stedelijk ontwikkelingsproject onder de noemer 'Verbetering van de duurzame mobiliteit in de toegang naar het centrum van Brugge'.Bij de Vlaamse overheid wordt dezelfde aanvraag ingediend. |